Psychologisch laboratorium

Uit Tilburg Wiki

BalkTiu.jpg

Experimentele psychologie

Psychologisch laboratorium is een term die werd gehanteerd in het begin van de jaren zeventig toen de subfaculteit Psychologie een onderdeel werd van de Faculteit Sociale Wetenschappen (FSW). De term verwijst naar het oorspronkelijke uitgangspunt: proefondervindelijk onderzoek en onderwijs. Dat geldt uiteraard vooral voor de ’harde’ (of ‘natte’) kant van de psychologie, zoals Fysiologische psychologie en Functieleer, waarvoor specifieke laboratoria werden opgericht.

In Tilburg werd de proefondervindelijke aanpak ook toegepast bij Persoonlijkheidsleer, Sociale psychologie en Ontwikkelingspsychologie en Klinische psychologie. De expliciet proefondervindelijke benadering, met experimenten als kernpunt, werd nooit eerder als uitgangspunt gebruikt bij het starten van een universitaire (sub)faculteit Psychologie. Een keuze aanleunend tegen de Amerikaanse behavioristische traditie. Het onderwijs vond deels plaats in practica waarin studenten al in het eerste jaar eenvoudige proefjes deden op mensen of proefdieren, al of niet met geavanceerde apparatuur. Daarvan werd systematisch verslag gedaan. Studenten maakten kennis met observeren, experimenteren, en het hanteren van psychologische variabelen.

Bezuinigingen

Van meet af was het de bedoeling om het lab onder te brengen in een nieuw gebouw. Hoogleraar Harry Peeters, die als ‘procurator’ de dagelijkse leiding had over de nieuwe subfaculteit, had een prestigieus onderkomen in gedachten. Niemand minder dan architect Cees Dam, ontwerper van onder andere de Stopera in Amsterdam, werd aangezocht. Het voorlopig ontwerp toonde een schitterend pyramide-achtig gebouw, als een Maya-tempel. Maar van het plan kwam niets terecht door de bezuinigingen in de jaren zeventig. In de jaren tachtig volgde opnieuw een bezuinigingsoperatie van onderwijsminister Deetman. De hogeschool moest de experimentele en klinische richtingen van psychologie integreren met overeenkomstige richtingen aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Alleen richtingen binnen het economisch gerichte profiel zouden in Tilburg blijven: sociale psychologie, economische psychologie en arbeids- en organisatiepsychologie.

Huidige labs

Na deze taakverdeling is het nimmer tot een zelfstandige faculteit Psychologie in Tilburg gekomen, wel tot meerdere laboratoria. Hadden in een ver verleden alleen de vakgroepen Functieleer en Fysiologische psychologie een laboratorium, anno 2017 zijn er vier departementen met een laboratorium waar experimenteel onderzoek wordt verricht. In het Simongebouw* heeft Sociale psychologie een groot laboratorium in de kelder, net als Cognitieve neuropsychologie, Ontwikkelingspsychologie, en Medische en klinische psychologie, in het TIAS-gebouw. De laatste discipline doet in het zogeheten GO-LAB onderzoek naar de relatie tussen emoties, gedrag, mentale stoornissen en lichamelijk functioneren in relatie tot gezondheid en ziekte. Tot de faciliteiten behoort apparatuur voor het meten van electrocardiografie (ECG), impedantie cardiografie (ICG), bloeddruk, huidgeleiding, ademhaling en electromyografie (EMG). Met specifieke software worden gedrag en emoties geobserveerd en geanalyseerd.

Persoonlijke instellingen
Varianten
Handelingen