Nielen, Gert

Uit Tilburg Wiki

BalkTiu.jpg

Rector magnificus

Gerardus Christiaan Johannes Franciscus (Gert) Nielen (1926-2011) is rector magnificus in 1973-1974. Nielen gaat na zijn HBS-B in Den Haag studeren aan de Landbouwhogeschool Wageningen waar hij in 1956 afstudeert in de richting cultuurtechniek. Na zijn studie gaat hij aan het werk als systeemontwerper bij Remington Rand en Philips. In 1969 promoveert hij in Wageningen op het proefschrift ‘Informatiesystemen en het besturen van ondernemingen’.

Een jaar later volgt hij aan de economische faculteit van Tilburg Max Euwe op als hoogleraar Informatiesystemen en accountancy, later Bestuurlijke informatiekunde. De onderzoeksinteresse van Nielen heeft altijd gelegen bij het proces van gegevensverwerking, met als centrale vraag: Hoe krijg je een maximum aan informatie, aan kennis, uit een minimum aan gegevens, aan leesarbeid? Met de jaren ziet Nielen de invloed van informatietechnologie op de onderneming ingrijpend veranderen. Aanvankelijk heeft ICT slechts een ondersteunende rol om gegevensverwerkende processen efficiënter te maken. In de jaren tachtig breekt in het bedrijfsleven het besef door dat ICT de concurrentiepositie van ondernemingen kan verbeteren. In die tijd ontwikkelt zich de nieuwe discipline ‘informatiemanagement’, waarover Nielen een aantal standaardwerken schrijft.

Bestuurlijke informatiekunde

Nielen is grondlegger van de studie Bestuurlijke informatiekunde. In 1984 krijgt de Universiteit van Tilburg als eerste toestemming voor een experimentele opleiding. Sinds die tijd zijn er op vele plaatsen soortgelijke initiatieven ontplooid. Als de TIAS* een postdoctorale opleiding Informatiemanagement opzet, wordt Nielen de eerste Director of Studies. Als docent richt hij zich op de goede student die hij uitdaagt tot zelfstandig denken. De massaliteit en verschoolsing van de universiteit baart hem zorgen. Naast zijn werk aan de universiteit is hij intern adviseur bij Philips en vanaf 1986 heeft hij een eigen adviesbureau.

Porseleinkast

Bij zijn afscheid als hoogleraar wordt Nielen door collega’s eerder als een “denker, filosoof en causeur” getypeerd dan als systematisch empirisch onderzoeker. Dat hij geen school heeft gemaakt wordt vooral toegeschreven aan zijn individualisme. Nielen heeft zowel als wetenschapper als bestuurder uitgesproken opvattingen. Die ventileert hij recht voor zijn raap, op vaak provocerende wijze. “Je bent pro of contra Nielen. Daar tussenin zit maar weinig”, zegt een collega bij zijn afscheid. Zelf constateert Nielen dat het hem nooit gelukt is “de porseleinkast heel te houden”. Als rector komt hij fors in aanvaring met de nog prille universitaire democratie. Het irriteert hem dat de universiteitsraad eindeloos “zeurt over procedurele zaken en er te weinig tijd is voor beleidszaken”. Hij ergert zich bijvoorbeeld dat de raad uit solidariteit middelen wil vrijmaken voor een ziekenhuis in Noord-Vietnam. De gelaagde overlegstructuren zijn hem een doorn in het oog: “van de vakgroep naar de onderwijsraad naar de faculteitsraad, dat gaat zo maar door”.

Aftreden als rector

Zijn verhouding met de universiteitsraad bereikt eind 1974 een dieptepunt. Het college heeft inzage gehad in een ministerieel advies om de universiteit van Tilburg op te heffen of samen te voegen met Eindhoven. Er volgt een spoedoverleg met staatssecretaris Klein en het rapport gaat van tafel. Maar de U-raad is boos omdat zij in het geheel niet gekend zijn. Nielen heeft er dan schoon genoeg van; het zal niet meer goed komen tussen hem en de raad. Hij houdt de eer aan zichzelf en treedt af. Zijn uitlatingen in de pers worden dankbaar genoteerd. “Universiteitsraden zijn ondingen gevuld met mensen die te veel tijd over hebben”. Nielen richt zich op zijn vakgebied, blijft verre van vergaderingen en overleggen en werkt door totdat hij op zijn zeventigste met emeritaat moet.

Persoonlijke instellingen
Varianten
Handelingen