Lancierskazerne

Uit Tilburg Wiki

Lancierskazerne
Media Not found
Hoofdgebouw Lancierskazerne
Locatie St. Josephstraat
Oorspronkelijke functie Kazerne

Tijdens en na de Tiendaagse Veldtocht van 1831 moesten duizenden militairen tijdelijk in en om Tilburg gelegerd worden. Bij gebrek aan vestingen en kazernes sliepen de meeste militairen bij inwoners thuis. Gedurende de hele Status-Quotijd (1830-1839) hield Tilburg min of meer het karakter van een legerplaats.

Ook na 1839 bleven er militairen, temeer omdat met name kroonprins Willem meende dat in het zuiden vooruitgeschoven posten voor de landsverdediging moesten blijven bestaan. In 1841 werd daarom op zijn initiatief begonnen met het bouwen van drie stallen aan de Oisterwijksebaan Sint Josephstraat (Tilburg) waarin ruimte was voor tweehonderd paarden. De inmiddels geworden koning Willem II betaalde uit eigen zak ruim 31.000 gulden voor de bouw van een kazerne met paardenstallen, en nog eens 21.000 gulden voor latere uitbreidingen en het onderhoud van de gebouwen. In 1842 werd de kazerne betrokken door twee eskadrons van het 4e Regiment Lichte Dragonders, een cavalerieonderdeel. Vanaf die tijd was Tilburg een echte garnizoensplaats en bleef dat tot 1856, toen de twee laatste eskadrons lanciers uit de stad vertrokken.

In 1851 werd het kazernecomplex door de erfgenamen van Willem II verkocht aan de gemeente Tilburg, die het in 1859 weer verkocht aan de firma’s De Kanter en Van den Bergh (BeKa). Die vestigden er respectievelijk een leerlooierij annex vellenbloterij en een wollenstoffenfabriek met lakenvollerij. De kazerne is tot nu toe de oudst bewaarde cavaleriekazerne van Nederland. Het nog resterende gedeelte van de voorbouw en het carrévormige stallencomplex werden in 1987 gerestaureerd. Sinds 1988 is er onder meer het Regionaal Archief Tilburg gevestigd.

Tilburg op de Kaart

Het Geheugen van Tilburg

Persoonlijke instellingen
Varianten
Handelingen