Flora en fauna

Uit Tilburg Wiki

BalkTiu.jpg

Warandebos

De Tilburgse campus grenst aan het Warandebos, afgeleid van het Franse varenne, wat jacht- of lustbos betekent. De talrijke universitaire wandelaars treffen in het park bomen als de beuk, eik, berk, grove den, lariks, douglas- en fijnspar. De ondergroei is typisch voor de streek: veel braamstruiken, stekelvaren en het pijpenstrootje. Struikheide en korstmos, vroeger veel voorkomend, worden schaarser. Het bos telt zo’n 55 vogelsoorten, waaronder roofvogels als de buizerd en de bosuil. Op de hoek van de campus, nabij de kruising van de Professor Gimbrèrelaan en Hogeschoollaan, is een boom speciaal voorzien van een uilennest. De Warande is de enige plek in Nederland waar Siberische grondeekhoorns voorkomen, van oorsprong afkomstig uit de Tilburgse dierentuin, die van 1932 tot 1973 in de nabijheid gevestigd was. Uit die periode stamt ook het hardnekkige verhaal dat een verbaasde bezoeker van het psychologisch lab uit het raam kijkend een ontsnapte olifant voorbij zag komen.

Campus

De campus van de universiteit bijna 1.200 bomen. Het park rondom het Cobbenhagengebouw* is het oudste gedeelte, waar grote groene gazons worden onderbroken worden door fraaie en soms zeldzame bomen (onder meer een tulpenboom, honingboom, vleugelnoot en amberboom). Heel toepasselijk voor een bijzondere universiteit* zijn de hemelboom en de valse christusdoorn. Een vijftal bomen heeft sinds 2016 een monumentale status. De laatste aanwinst is de Sequiadendron giganticum, de mammoetboom, die het op de campus zeer naar zijn zin heeft. Een blikvanger is de grote berk in het park bij het Cobbenhagengebouw. Deze is door de decennia heen voorzien van namen van verliefde studenten.

Biodiversiteit

Het bos rondom de campus wordt stukje bij beetje omgevormd. In het verleden bestond het voor zo’n tachtig procent uit Amerikaanse eiken, wat niet alleen een monotoon beeld opleverde, maar ook een florale monocultuur die bovendien vatbaar was voor ziekte. De eiken worden geleidelijk vervangen door inheemse soorten zoals de beuk, tamme kastanje en lijsterbes. In het groenbeleid van de universiteit speelt biodiversiteit een rol en is er geen plaats voor bestrijdingsmiddelen. Dat leidt tot minder verschraling van de bodem, waardoor geleidelijk balsemien, wespenorchis, varens en de salomonszegel terugkomen en de bramenstruiken en brandnetels verdwijnen. Bij het Warandegebouw wordt jaarlijks een wildboeket ingezaaid, wat elke lente weer zorgt voor een prachtige palet aan veldbloemen.

Vogels

De campus is niet alleen thuishaven voor allerlei zangvogels, maar ook de ijsvogel en de aalscholver zijn sinds enkele jaren weer vaste gasten. Vogelkastjes zorgen ervoor dat het vogelbestand toeneemt, wat er toe leidt dat het aantal rupsen en luizen op een natuurlijke manier wordt geminimaliseerd. Ook eekhoorns, konijnen en egels laten zich zien. Padden trekken elk voorjaar naar de opnieuw ingerichte vijver om zich daar voort te planten.

Groenkeurmerk Verschillende daken zijn ‘vergroend’, ook vanwege de isolerende werking. Zo zijn er daken met sedum (vetkruid) aangelegd op het paviljoen van het Simon Building, de Faculty Club en het Cobbenhagengebouw. Het dak van het Dantegebouw is voorzien van kruidensedum. Voor de integrale aanpak heeft de universiteit een groenkeurmerk gekregen. Het accent heeft overigens niet altijd op de natuurlijke omgeving gelegen. Vanaf de jaren zestig groeide de universiteit en verschenen er steeds meer stenen gebouwen en houten barakken. Sinds 2013 is in alle campus- en vastgoedplannen bepaald dat het groene karakter versterkt dient te worden. Dat is een forse opgave, gelet op de ambitie van de universiteit om verder te groeien. In het masterplan wordt slimme herontwikkeling, vooral aan de noordzijde, als dé weg gezien om flora en fauna op en rond de campus verder te verbeteren.

Persoonlijke instellingen
Varianten
Handelingen