Dieventaal

Uit Tilburg Wiki

Vanaf de Tweede Wereldoorlog werd in de wijk Oerle een dieventaal gesproken en dan voornamelijk door smokkelaars. In zijn boeken De Kramertalen en De geheimtalen (1932) geeft dr. J.G.M. Moormann diverse varianten van zogenaamde lettertalen, die bestaan uit woorden die met een ingevoerd element vervormd worden. In Oerle werd een 'adie-taaltje' gesproken, dat Moormann uit Weert en Nijmegen kende. De Tilburgse dieventaal is erop gebaseerd dat iedere klinker vervangen wordt door het woord 'adie', waarbij soms ook het Tilburgse dialect prevaleert. Zo wordt het woord politie (‘pliesie’) ‘pladiesadie’, en de zin ‘Wat is de koffie lekker’ in dieventaal ‘Wadiet adies dadie kadiefadie ladiekkadier’. Willem Jonkergouw tekende in 1988 uit de mond van Pierre Laureijssen de dieventaal op, die in de jaren veertig en vijftig in Tilburg-Zuid werd gesproken, voornamelijk door shag- en botersmokkelaars tussen Tilburg, Goirle en Poppel. Volgens de uit Oerle afkomstige Frans Tempelaars was zijn vroegere buurjongen Pauw Schuurkes de eerste die ermee begon. Schuurkes kreeg dit taaltje via zijn tante overgeleverd. De herkomst is onbekend.

Zie ook

Persoonlijke instellingen
Varianten
Handelingen